Lessen
Aantal vragen: 20
Goed: 0
Fout: 0

het welbevinden:

  • Oprecht, echt.
  • Het zich goed, tevreden en gezond voelen.
  • Het toevallig samenkomen van verschillende gebeurtenissen. Daardoor gebeurt er iets dat je niet kon voorzien.

patserig:

  • Opschepperig over bezittingen.
  • De rijkdom van een land of een persoon.
  • Iets of iemand aanvaarden, nemen zoals het (of hij) is.

energiek:

  • Geven, schenken.
  • Vol energie, levenslustig.
  • Iets wat je bewust of onbewust steeds wilt doen.

glunderen:

  • Glimmen, stralen van plezier of tevredenheid.
  • Heel erg gelukkig.
  • Iets wat je bewust of onbewust steeds wilt doen.

dankzij:

  • Door, door toedoen van.
  • Ervaren, meemaken.
  • Opschepperig over bezittingen.

gelukzalig:

  • De rijkdom van een land of een persoon.
  • Heel erg gelukkig.
  • Opschepperig over bezittingen.

de welvaart:

  • Ervaren, meemaken.
  • Toevallig. Iets gebeurt zonder dat je het kon voorspellen.
  • De rijkdom van een land of een persoon.

het fortuin:

  • Veel geld
  • Zich bevinden, leven. In goede gezondheid verkeren betekent: in goede gezondheid leven.
  • Oprecht, echt.

opgetogen:

  • Erg blij.
  • Toevallig. Iets gebeurt zonder dat je het kon voorspellen.
  • Zich bevinden, leven. In goede gezondheid verkeren betekent: in goede gezondheid leven.

bij toeval:

  • Toevallig. Iets gebeurt zonder dat je het kon voorspellen.
  • Veel geld
  • Een toestand waarbij alles goed gaat. Geluk.

ondervinden:

  • Ervaren, meemaken.
  • Glimmen, stralen van plezier of tevredenheid.
  • Het toevallig samenkomen van verschillende gebeurtenissen. Daardoor gebeurt er iets dat je niet kon voorzien.

doneren:

  • Geven, schenken.
  • Zich bevinden, leven. In goede gezondheid verkeren betekent: in goede gezondheid leven.
  • Iets wat je bewust of onbewust steeds wilt doen.

verkeren:

  • Vol energie, levenslustig.
  • Zich bevinden, leven. In goede gezondheid verkeren betekent: in goede gezondheid leven.
  • Toevallig. Iets gebeurt zonder dat je het kon voorspellen.

de buitenkans:

  • Een meevaller, een onverwachte kans.
  • Heel erg gelukkig.
  • Geven, schenken.

de neiging:

  • Toevallig. Iets gebeurt zonder dat je het kon voorspellen.
  • Iets wat je bewust of onbewust steeds wilt doen.
  • Het toevallig samenkomen van verschillende gebeurtenissen. Daardoor gebeurt er iets dat je niet kon voorzien.

de samenloop van omstandig- heden:

  • Zich bevinden, leven. In goede gezondheid verkeren betekent: in goede gezondheid leven.
  • Het toevallig samenkomen van verschillende gebeurtenissen. Daardoor gebeurt er iets dat je niet kon voorzien.
  • Een toestand waarbij alles goed gaat. Geluk.

gemeend:

  • Iets wat je bewust of onbewust steeds wilt doen.
  • Oprecht, echt.
  • Opschepperig over bezittingen.

accepteren:

  • Door, door toedoen van.
  • Iets of iemand aanvaarden, nemen zoals het (of hij) is.
  • Zich bevinden, leven. In goede gezondheid verkeren betekent: in goede gezondheid leven.

de voorspoed:

  • Een toestand waarbij alles goed gaat. Geluk.
  • Ervaren, meemaken.
  • Vol energie, levenslustig.

de weelde:

  • Iets of iemand aanvaarden, nemen zoals het (of hij) is.
  • Heel erg gelukkig.
  • De luxe, situatie waarin je helemaal niet op geld hoeft te letten omdat je er genoeg van hebt.