Lessen
Aantal vragen: 20
Goed: 0
Fout: 0

het gangenstelsel:

  • Eenaantal gangen dat met elkaar is verbonden
  • Een soort lage kelder onder een huis
  • Een hol van een das, een zoogdier met zwart-witte strepen

de vluchtroute:

  • De metro, een soort trein onder de grond
  • Onder de grond
  • Een uitgang om te vluchten als er een ramp is

de begane grond:

  • Het water uit de bodem
  • De verdieping die precies gelijk ligt met de straat
  • De metro, een soort trein onder de grond

de dassenburcht:

  • Een hol van een das, een zoogdier met zwart-witte strepen
  • Wat je aan de binnenkant ziet als je iets doormidden snijdt
  • iemand die in een mijn werkt, diep onder de grond

het souterrain:

  • Een uitgang om te vluchten als er een ramp is
  • Onder de grond
  • Een verdieping onder de grond

onderaards:

  • Het water uit de bodem
  • Onder de grond
  • Wat je aan de binnenkant ziet als je iets doormidden snijdt

de ondergrondse:

  • Een uitgang om te vluchten als er een ramp is
  • Een hol van een das, een zoogdier met zwart-witte strepen
  • De metro, een soort trein onder de grond

de mijn:

  • Eén of meer gangen diep onder de grond waar steenkool of een andere delfstof wordt opgegraven
  • Onder de grond
  • Een grote bak om goederen of afval in te vervoeren

de steenkool:

  • Een zwarte stof die diep onder de grond zit, Steenkool wordt gebruikt als brandstof. Steenkool bestaat uit planten die heel lang in de grond op elkaar geperst hebben gelegen.
  • Wat je aan de binnenkant ziet als je iets doormidden snijdt
  • Een grote bak om goederen of afval in te vervoeren

afdalen:

  • Uit de grond graven
  • Eén of meer gangen diep onder de grond waar steenkool of een andere delfstof wordt opgegraven
  • Naar beneden gaan

het grondwater:

  • Wat je aan de binnenkant ziet als je iets doormidden snijdt
  • Het water uit de bodem
  • Een zwarte stof die diep onder de grond zit, Steenkool wordt gebruikt als brandstof. Steenkool bestaat uit planten die heel lang in de grond op elkaar geperst hebben gelegen.

de mijnwerker:

  • Eén of meer gangen diep onder de grond waar steenkool of een andere delfstof wordt opgegraven
  • Uit de grond graven
  • iemand die in een mijn werkt, diep onder de grond

de kruipruimte:

  • De metro, een soort trein onder de grond
  • Een soort lage kelder onder een huis
  • Een hol van een das, een zoogdier met zwart-witte strepen

de delfstof:

  • iemand die in een mijn werkt, diep onder de grond
  • Stof die uit de grond wordt gegraven om er iets van te maken
  • Een gegraven gan die recht naar beneden de grond in gaat

delven:

  • Uit de grond halen door het op te graven
  • De verdieping die precies gelijk ligt met de straat
  • Een uitgang om te vluchten als er een ramp is

de container:

  • Een grote bak om goederen of afval in te vervoeren
  • Eenaantal gangen dat met elkaar is verbonden
  • Een uitgang om te vluchten als er een ramp is

het edelmetaal:

  • Een grote bak om goederen of afval in te vervoeren
  • een kostbaar metaal, zoals goud en zilver
  • Uit de grond halen door het op te graven

opgraven:

  • Stof die uit de grond wordt gegraven om er iets van te maken
  • Uit de grond graven
  • Een hol van een das, een zoogdier met zwart-witte strepen

de schacht:

  • een kostbaar metaal, zoals goud en zilver
  • Een gegraven gan die recht naar beneden de grond in gaat
  • Naar beneden gaan

de doorsnede:

  • Een zwarte stof die diep onder de grond zit, Steenkool wordt gebruikt als brandstof. Steenkool bestaat uit planten die heel lang in de grond op elkaar geperst hebben gelegen.
  • Uit de grond halen door het op te graven
  • Wat je aan de binnenkant ziet als je iets doormidden snijdt